Algemene informatie

In totaal legt u gedurende de Beroepsopleiding zes centrale (digitale) toetsen af: major, minor, twee grote keuzevakken, Jaarrekeninglezen en Beroepsattitude en beroepsethiek.
De vakken ADR, klein keuzevak en Schriftelijke vaardigheden worden afgesloten met (eind)opdrachten en het vak Vaardigheden met een eindgesprek.

De examencommissie heeft protocollen vastgesteld voor de toetsontwikkeling, de toetsafname en de toetsbeoordeling. De toetsen van de Beroepsopleiding Advocaten worden in beginsel afgenomen in de digitale toetshal van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hun huisregels zijn in deze ruimte onverminderd van toepassing tijdens de afname van de toetsen in het kader van de Beroepsopleiding.

Vakbeschrijving als leidraad

Het uitgangspunt voor de inhoud van de toets is dat de stagiaire dient aan te tonen dat hij/zij op postacademisch niveau kennis en inzichten heeft verworven in het betreffende vak en in staat is deze kennis en inzichten toe te passen in de praktijk. De maatstaven waarnaar wordt getoetst, zijn gebaseerd op de voor elk vak van de Beroepsopleiding Advocaten opgestelde vakbeschrijvingen en de daarin opgenomen toetstermen. De vakbeschrijvingen zijn gepubliceerd op de website van de Beroepsopleiding Advocaten en de orde.

Stagiaires die hun opleiding volgen bij een andere aanbieder leggen de toetsen af bij de Beroepsopleiding Advocaten. Omdat alle aanbieders bij het onderwijs uitgaan van de vakbeschrijvingen kan de toetsing voor alle stagiaires centraal plaatsvinden.

Diverse toetsvormen

In de toetsen van de Beroepsopleiding Advocaten wordt gebruikgemaakt van zowel meerkeuzevragen als open vragen. Meestal wordt er een combinatie gehanteerd in een toets.

Delen FacebookTwitterLinkedin