Interview met Emilie van Rijckevorsel-Teeuwen: 'Wees niet bang'

Emilie van Rijckevorsel-Teeuwen is trainer Beroepsattitude en beroepsethiek bij de Beroepsopleiding en docent beroepsethiek voor de Law Firm School. Ze is als advocaat bij Houthoff gespecialiseerd in het tucht- en gedragsrecht en de beroepsaansprakelijkheid van advocaten en notarissen. Emilie is tevens lid van de raad van discipline in Amsterdam, MfN-geregistreerd mediator en redactielid van het Tijdschrift Tuchtrecht.

Hoe ben je met de onderwerpen ethiek en tuchtrecht begonnen?
‘Mijn hele carrière en praktijk is doorspekt van het tuchtrecht en ethiek. Eerst als griffier bij de raad van discipline, nu als lid. Bij de Beroepsopleiding ben ik trainer ethiek, en op kantoor doceer ik veel over ethiek en het tuchtrecht, onder meer voor de Law Firm School. In mijn dagelijkse praktijk sta ik advocaten en notarissen en hun verzekeraars bij in tuchtrechtelijke en civiele procedures. De tuchtzaken hebben mijn bijzondere interesse. Daarin heb je naast de juridische en ethische vraagstukken vaak ook te maken met een cliënt, in mijn geval dus vaak een advocaat of notaris, die is geraakt door de klacht en die soms vreest voor zijn of haar professionele toekomst of reputatie. De begeleiding daarin ervaar ik als een belangrijke en dankbare taak.’

Als je kijkt naar je eigen ethische vorming: wie of wat zijn daarbij het belangrijkste geweest?
‘Ik heb het geluk gehad dat ik altijd in een open cultuur heb gewerkt, waar ruimte was om fouten te maken. We kregen de ruimte om de worsteling en de reflectie te benoemen. Daar begint ethiek. Terugkijkend denk ik dat ik mij in de eerste jaren van mijn advocatenbestaan nog niet altijd voldoende heb gerealiseerd wat van een advocaat verwacht mag worden. Als jonge advocaat bij een groot kantoor ben je vaker een radertje in een grote zaak, je ervaart mogelijk minder verantwoordelijkheid. Je denkt als jonkie al snel dat de partner 'het wel regelt'.’   

‘Daarin schuilt het gevaar: dat je je onvoldoende bewust wordt van je rol en positie als advocaat. Daar hoort bij dat je kritisch en onafhankelijk blijft denken, ondanks de wens van een cliënt. Als je vervolgens een keer geconfronteerd wordt met een situatie waarin die kritische, onafhankelijke blik van je gevraagd wordt, word je wakker geschud en realiseer je je dat jijzelf als enige verantwoordelijk bent voor je eigen handelen, ook al ben je  advocaat-stagiaire.’

‘Ook binnen de Beroepsopleiding zie je in de opleidingsgroepen verschillen tussen de stagiaires. De een stelt sneller kritische vragen dan de ander. Er komen soms ook dilemma’s uit de praktijk voorbij waar je koude rillingen van krijgt. Ze hebben het overigens doorgaans zelf feilloos door als iets niet klopt. Ze hebben alleen nog niet altijd het zelfvertrouwen om er iets van te zeggen. Dan benadruk ik: wees niet bang.’

Wat wil je als trainer de advocaat-stagiaires meegeven?
‘Dat ze ervan bewust worden dat ze altijd op hun eigen antenne en morele kompas kunnen en moeten vertrouwen. En stimuleren om binnen hun werkomgeving af te dwingen dat er een kantoorcultuur is waar openheid heerst. Zowel in het openbaren van fouten als in het kunnen aanspreken van je kantoorgenoten, ook al is die kantoorgenoot de partner die ze over twee maanden beoordeelt. Dat is wat mij betreft de basis van ethiek. Iedereen staat voor moeilijke afwegingen en kan een fout maken, het gaat er alleen om hoe je ermee omgaat, zowel naar je cliënt toe als naar je kantoorgenoten. En natuurlijk die eigen verantwoordelijkheid waar ik eerder over sprak. Je hebt immers zelf de eed of belofte afgelegd. Je hebt beloofd dat je naar eer en geweten zult handelen.’

Zie je andere zaken waar bewustzijn op gebied van ethiek een rol speelt?
‘Bij ethiek hoort ook dat je jezelf als advocaat afvraagt welke rol je inneemt in de maatschappij. Als advocaat ben je vertrouwenspersoon voor mensen in heel lastige situaties, de trusted advisor, waarbij vaak sprake is van kennis-asymmetrie tussen jou als advocaat en je cliënt. Dat betekent echt een oplossing zoeken voor je cliënt. Dus niet klakkeloos doen wat deze van je vraagt, maar boven de zaak staan en doorvragen. Wat speelt er echt en waar is je cliënt daadwerkelijk bij gebaat? Dat kan betekenen dat je in samenspraak besluit een heel andere route te volgen dan de route die de cliënt oorspronkelijk in zijn hoofd had. Pas als je boven de zaak kunt staan, kun je je cliënt daadwerkelijk verder helpen.’

‘Dat betekent ook creatief zijn, het gesprek aangaan met de andere partij en soms verwachtingen temperen, zodat je oplossingen kunt bedenken waarmee je je cliënt verder helpt. De-escalatie is daarbij een belangrijk onderdeel en in mijn ogen een belangrijke taak van de advocaat.’

‘Soms heb ik een advocaat tegenover mij die meteen met een gestrekt been erin gaat. Hoewel je soms in het belang van je cliënt de aanval moet kiezen, is zo'n gestrekt been naar mijn mening in veel gevallen niet de beste route. De zaak escaleert, een oplossing vinden is verder weg en de cliënt is veel geld aan advocaatkosten kwijt.’

‘Met goede communicatie kun je veel oplossen. In het tuchtrecht zie ik dat het vaak niet eens over geld gaat, of over de gemaakte fout, maar over de bejegening naar elkaar, de (mis)communicatie. Dan vraag ik mij altijd af: waarom ben je het gesprek niet aangegaan? Door het gesprek aan te gaan, is het mogelijk om partijen weer bij elkaar te brengen, of in ieder geval naar elkaar te laten luisteren. Vragen en proberen te achterhalen wat klager echt heeft bewogen om de klacht in te dienen. Als je dat gesprek voert hoor je vaak hele andere dingen dan die op papier staan. Vooral in het tuchtrecht zie je dat het vaak over die andere dingen gaat.’

‘Ethiek en tuchtrecht is en blijft heel boeiend. De emotie die erbij komt kijken, maar ook het maatschappelijke aspect. Het is veel groter dan alleen maar de inhoudelijke zaak zelf.’

Emilie van Rijckevorsel 2
Delen FacebookTwitterLinkedin